Informatie Hepatitis-C








Hoofdmenu









 

 

 

 

 


INFORMATIE HEPATITIS-C

 




Wat is een virus

Een virus is een uiterst klein deeltje dat zich alleen in de cellen van andere organismen kan voort planten. Virale besmettingen van mens op mens treden meestal op door middel van geïnfecteerde lichaamsvloeistoffen zoals speeksel, ontlasting, vaginaal vocht, sperma en bloed. Sommige virussen worden na een korte ziekte periode weer snel door het lichaam opgeruimd, zoals bijvoorbeeld de verkoudheidvirussen.

Er zijn ook virussen die na een infectie niet meer uit het lichaam verdwijnen. Er is dan sprake van een virusdragerschap (chronische infectie). Of een virus na een kortdurende infectie weer verdwijnt of aanleiding geeft tot een dragerschap met soms ernstige ontsteking wordt enerzijds bepaald door eigenschappen van het virus en anderzijds door de mate waarin het lichaam het virus weet te herkennen en bestrijden.

Daarnaast is het zo dat virussen vaak een speciale voorkeur voor bepaalde organen hebben zodat sommige virussen met name huidafwijkingen geven (bijvoorbeeld rode hond), andere vooral aandoeningen van de luchtwegen zoals griep en weer andere vooral ontstekingen van de lever zoals bij hepatitisvirussen. Naast deze verschijnselen uiten virusinfecties zich echter ook met wat meer algemene ziekteverschijnselen zoals koorts en vermoeidheid.

Keuzemenu


Wat is hepatitis

Hepatitis is een ander woord voor ontsteking van de lever. Een leverontsteking kan verschillende oorzaken hebben, zoals virusinfecties, alcoholmisbruik en stofwisselingsziekten. Van de virussen die specifiek een ontsteking van de lever kunnen geven kennen wij op dit ogenblik verschillende typen welke allemaal met een letter worden aangeduid.

Het hepatitis A en het hepatitis E virus worden vooral overgebracht via besmet water en voedsel. De verschijnselen van deze acute hepatitis verdwijnen meestal weer spontaan in de loop van enkele weken tot maanden en een chronische ontsteking treed nooit op.

De hepatitis B, C en D virussen woorden meestal overgebracht door direct contact met bloed.

Dit kan bijvoorbeeld zijn bij bloedtransfusie, gemeenschappelijk gebruik van injectienaalden, tandenborstels, scheermesjes, tatoeagenaalden, piercing of tijdens de geboorte gaar er vaak bloed van de moeder naar het kind: bij hepatitis B kan een minuscule hoeveelheid bloed voldoende zijn om besmetting over te brengen: bij hepatitis C en D is dit zeldzaam.

Hepatitis B, C en D kunnen na een acute leverontsteking weer verdwijnen: het virus kan echter ook aanwezig blijven, dan ontstaat er een chronische leverontsteking.

Keuzemenu


Hepatitis C 

De meeste virusziekten van de lever zijn al langere tijd bekend. Het hepatitis C virus is echter pas in 1989 ontdekt. Hepatitis C is een van de meest voorkomende vormen van chronische leverontsteking; waarschijnlijk is tenminste 2% van de wereld bevolking ermee besmet. In Nederland hebben waarschijnlijk 15.000 tot 60.000 mensen (0,1-0,4 % van de totale bevolking) dit virus bij zich. Bij mensen afkomstig uit het Middellandse Zeegebied komt het iets vaker voor.

Keuzemenu


Hoe wordt hepatitis C overgebracht

De huid en het slijmvlies van het menselijk lichaam vormen een vrij goede barrière tegen indringers van buiten af. Het hepatitis C virus kan deze barrière niet zomaar uit zichzelf passeren en infecties kunnen dan ook alleen maar optreden indien deze natuurlijke barrière

plaatselijk wordt beschadigd. Dit treedt o.a. op bij transfusie met besmet bloed of besmette bloedproducten, gebruik van besmette chirurgische instrumenten of naalden. 

Voor 1991 was hepatitis C besmetting een risico voor ontvangers van bloedtransfusie en voor mensen met hemofilie (bloederziekte) die zijn behandeld met een stollingpreparaat dat uit menselijk bloed is gemaakt. In 1991 is er door de bloedbanken in Nederland een uitgebreide controle van bloed en bloedproducten op het hepatitis C virus ingevoerd. Sinds die tijd is de kans om met hepatitis C besmet te worden bij toediening van bloed- of bloedproducten, bijvoorbeeld voor de behandeling van hemofilie, zodanig bewerkt dat de kans op besmetting vrijwel geheel is uitgesloten. 

Een andere grote groep besmette mensen zijn drugsverslaafden die met vuile naalden spuiten of gemeenschappelijke rietjes gebruiken bij het opsnuiven cocaïne. Het betreft hier ook mensen die ooit, ook al is het maar één keer, drugs hebben gespoten. 

Bij ruim een derde van de patiënten met hepatitis C is het echter niet goed mogelijk aan te geven hoe de besmetting is opgelopen. Mogelijke factoren die hierbij een rol hebben gespeeld zijn o.a. tatoeages, gemeenschappelijk gebruik van scheermesjes of tandenborstels, contact met besmet bloed bij een verwonding van de huid of slijmvliezen, operaties. 

Omdat, zoals gezegd, de huid en intacte slijmvliezen een goede barrière vormen tegen het virus is er bij de normale omgang met hepatitis C patiënten, zoals bijvoorbeeld in het gezin, knuffelen en kussen en omgang met elkaar op het werk of in dezelfde klas geen risico op besmetting.  
 

Belangrijke oorzaken:

  • Bloedtransfusie voor 1991
  • Infusie van bloedproducten voor 1991
  • Inspuiting met drugs m.b.v. vuile naalden

 Mogelijke risico factoren :

  • Operaties
  • Ingrepen aan het gebit
  • Prikken met besmette naalden
  • Gemeenschappelijk gebruik van scheermesjes of tandenborstels
  • Tatoeages
  • Piercing

Zeer geringe risicofactoren:

  • Geboorte
  • Seksueel contact (?)

Geen risicofactoren:

  • Samenzijn met een besmette patiënt
  • Knuffelen en kussen

Keuzemenu


Hoe verloopt een hepatitis C infectie 

De incubatie tijd bedraagt vijf tot 12 weken. Een besmetting met hepatitis C geeft slechts zelden aanleiding tot ziekteverschijnselen, ook wel symptomen genoemd. Symptomen zoals geelzucht zijn tijdens de acute ontsteking bij minder dan 10% van de mensen aanwezig. Slechts bij hoge uitzondering geeft de acute fase aanleiding tot levensbedreigende complicaties. Hoewel een acute infectie over het algemeen dus geen verschijnselen geeft, leidt zij wel in ruim 80% van de gevallen tot een chronische leverziekte.

Deze chronische ontsteking verloopt vaak sluipend met geen of zeer weinig klachten. Het kan 10 tot 30 jaar duren voordat eventuele verschijnselen optreden. Soms uit de ziekte zich alleen door vermoeidheidsklachten; zelden treden er andere klachten op zoals gewrichtspijnen, afwijkingen aan de huid, of in zeldzame gevallen geelzucht. 

De besmetting wordt vaak bij toeval ontdekt, bijvoorbeeld tijdens de keuring van de bloedbank of bij een algemene keuring, waarbij vaak ook de het functioneren van de lever wordt onderzocht. In het bloed treft men dan verhoogde concentraties van bepaalde leverenzymen aan. Dit zijn bepaalde eiwitten die in de levercellen voorkomen en bij een ontsteking van de lever in verhoogde mate vrijkomen in het bloed. De chronische ontsteking kan een grillig karakter hebben, waarbij perioden met verhoogde virus activiteit worden afgewisseld met perioden waarin nauwelijks ontsteking aanwezig is. Desondanks ontwikkelen de meeste patiënten na jaren een verlittekening van de lever. Fibrose is de verzamelnaam van minimale tot ernstige verlittekening van de lever, bij een afnemende leverontsteking kan de mate van fibrose echter verbeteren. Cirrose is een onherstelbare verandering van de lever door littekens. Cirrose kan jarenlang zonder symptomen aanwezig zijn en bij toeval gevonden worden. Uiteindelijk krijgt een deel van de mensen met een falende werking van de lever of de gevolgen van stuwing van het bloed dat door de lever stroomt, terwijl na vele jaren ook leverkanker kan ontstaan. Anderzijds kan bij sommige patiënten het hepatitis C virus jarenlang aanwezig zonder dat het aanleiding geeft tot enige vorm van leverontsteking of tot complicaties hiervan.

Keuzemenu


Hoe uit zich een hepatitis C infectie

In de acute fase of bij een vergevorderde ziekte kan hepatitis C zich soms uiten met tekenen van leverbeschadiging zoals geelzucht, vocht in de buik, een opgezette lever en milt of bloedingen uit de slokdarmspataderen. Daarnaast kunnen er klachten bestaan zoals vermoeidheid wat echter ook bij andere ziekten voorkomt.Meestal wordt hepatitis C echter bij toeval gevonden naar aanleiding van bloedonderzoek waarbij ook de leverfunctie wordt getest. Ook wordt soms bij verrassing een virus besmetting gevonden bij kandidaat bloeddonoren omdat het bloed altijd wordt nagekeken op hepatitis C

Keuzemenu



Hoe wordt de diagnose hepatitis C vastgesteld

Specifieke of een verhoogde concentratie van leverenzymen in het bloed roepen het vermoeden op van een virushepatitis. Sinds 1991 kan men door onderzoek virusantistoffen tegen het hepatitis C virus aantonen in het bloed van de patiënten. Omdat de screeningstest niet 100% betrouwbaar is moet bij een positieve test uitslag altijd een bevestigingstest worden verricht. Een negatieve uitslag wijst op afwezigheid van hepatitis C. Bij een acute infectie kan het soms vele weken duren voordat het lichaam antistoffen aanmaakt. Dan kan het noodzakelijk zijn een ingewikkelde aanvullende test te doen naar het virus RNA zelf. Dit onderzoek kan alleen in gespecialiseerde laboratoria plaats vinden.

Als een actieve virusinfectie wordt aangetoond moet vervolgens worden onderzocht hoe ernstig de ontsteking is en in hoeverre er al beschadiging van de lever is opgetreden.Bij lichamelijk onderzoek wordt de grootte van de lever en de milt beoordeeld en wordt gekeken of er tekenen zijn van een slecht functioneren van de lever, zoals geelzucht.Dit onderzoek wordt aangevuld met een geluidsfoto (echografie) en bloed onderzoek.Indien hierbij wordt gevonden dat er weliswaar hepatitis C virus in het bloed aanwezig is maar dat er geen ontstekingsactiviteit in de lever is en er ook geen verlittekening van de lever aanwezig zijn, zal worden besloten om af te wachten. 

Er kan dan sprake zijn van een dragerschap zonder activiteit of er kan sprake zijn van een rustige fase in het soms grillige ontstekingsbeloop. Om deze reden zal het bloed na enkele maanden opnieuw worden getest. Indien er echter aanwezigheid van hepatitis C wordt gevonden met een actieve ontsteking van de lever zal de patiënt vaak worden door verwezen naar een specialistisch centrum.Hier zal worden beoordeeld of er moet worden gestart met antivirale middelen. Bij deze beoordeling zal het vaak nodig zijn om een stukje weefsel (biopt) uit de lever te nemen om met behulp van een microscoop meer zekerheid te krijgen over de aard en de ernst van de aandoening. 

Keuzemenu


Hoe kan hepatitis C worden voorkomen 

Helaas bestaat er geen vaccin of ander medicijn dat beschermd tegen hepatitis C. Wel kan men maatregelen nemen om de overdracht van hepatitis C te voorkomen.

Medici: 

  • Screening  van voor donatie bestemd bloed op hepatitis C.
  • Gebruik wegwerpinstrumenten
  • Sterilisatie van overige medische instrumenten
  • Virusinactivatie van bloedproducten (b.v. Hittebehandeling)

De patiënt: 

  • Vermijden van gemeenschappelijk gebruik van scherpe voorwerpen (naalden, scheermesjes, tandenborstels, scharen en messen.
  • Vermijden van tatoeëringen)

Wat kunnen artsen doen aan het voorkomen van een besmetting door hepatitis C ?

Tegenwoordig worden alle bloeddonoren systematisch nagekeken op hepatitis C.
Als er hepatitis “markers” worden gevonden wordt dit bloed niet gebruikt voor transfusie. Als u zelf hepatitis C heeft is het niet mogelijk om donor te worden of te blijven. Verder worden bloedproducten die bestemd zijn voor hemofiliepatiënten zodanig behandeld dat ze geen levend virus meer kunnen bevatten. Sinds deze maatregelen getroffen zijn, komt een hepatitis C infectie na een bloedtransfusie nog maar bij zeer hoge uitzondering voor.

Wat kunt u zelf doen om besmetting te voorkomen

Gelukkig heeft hepatitis C maar een geringe besmettelijkheid, waardoor het voornamelijk via direct bloedcontact wordt overgebracht. Het is daarom verstandig om alle scherpe voorwerpen te vermijden waarmee bloedcontact kan optreden, zoals het gemeenschappelijk gebruik van naalden, scheermesjes, scharen en tandenborstels. Mensen die met hepatitis C patiënten omgaan hoeven niet bezorgd te zijn bij onderlinge contacten in het gezinsleven of werk.

In goed gecontroleerd onderzoek is besmetting via seksueel contact nooit bewezen. Als het al voorkomt is het zeldzaam. Bij vaste partners van patiënten worden geen speciale maatregelen geadviseerd. Bij virusdragers met wisselende contacten worden de principes van “veilig vrijen” om andere redenen geadviseerd. Natuurlijk kunt u in uw speciale geval overleggen met uw arts. Omdat hepatitis C niet wordt overgedragen via speeksel of ontlasting hoeven patiënten geen speciale voorzorgsmaatregelen te nemen als zij thuis of beroepsmatig te maken hebben met de bereiding van voedsel. Het risico dat een moeder tijdens de zwangerschap hepatitis C overdraagt aan haar ongeboren kind is kleiner dan 5%. Er is geen bezwaar tegen zwangerschap. De bevalling kan langs de natuurlijke weg plaats vinden. Ook kan gewoon borstvoeding worden gegeven. Omdat het virus nog maar sinds enkele jaren kan worden aangetoond, is er nog weinig bekend over wat er op lange termijn gebeurt als een baby toch in een uitzonderingsgeval besmet blijkt te zijn. De informatie die hier over bestaat wijst er niet op dat dit bij de kinderen leidt tot ernstige aandoeningen.

Keuzemenu


Kan hepatitis C worden behandeld? 

De behandeling bestaat er uit de afweer van het lichaam tegen dit virus door het extra toedienen van interferon. Sinds enkele jaren is een van de interferoneiwitten, het α-interferon. Voor deze aandoening geregistreerd. Interferon is een verzamelnaam voor een groep van eiwitten die van nature gemaakt wordt door de lichaamscellen als een reactie op virale infecties. In veel gevallen is dit effectief, bijvoorbeeld bij griep. Als reactie op een virusinfectie zullen diverse soorten cellen in het menselijk lichaam interferon gaan produceren. Dit leidt er toe dat virusdeeltjes die zich in de cellen bevinden worden afgebroken en ook beter door het afweer systeem van het lichaam worden herkend. Deze toegenomen afweerreactie van het lichaam leidt ertoe dat het virus weer wordt verwijderd. 

De toename van interferon gaat gepaard met verschijnselen die wij gebruikelijk onder “griep” verstaan zoals hoofdpijn koorts en spierpijnen. Sommige virussen worden onvoldoende door het lichaam herkend, zoals bijvoorbeeld het geval is bij een chronische hepatitis C. In dergelijke situatie kan de afweer van het lichaam worden versterkt door extra toediening van interferon. Er is dus sprake van een natuurlijke stof die in een fabriek zeer nauwkeurig wordt nagebootst, zodat het sterk lijkt op het lichaamseigen interferon. Dit medicijn kan niet worden geslikt maar moet met injecties in het onderhuidse vet worden toegediend. 

Om het virus weg te krijgen, is het vaak nodig om een half jaar of langer enkele malen per week of dagelijks deze injecties toe te dienen. Net als bij suikerziekte wordt de patiënten geleerd om dit bij zichzelf te spuiten. De injecties zelf leveren meestal geen problemen op; wel treden er vaak, vooral in het begin van de kuur, de bovengenoemd griepachtige bijverschijnselen op. Daarnaast kan de behandeling de vermoeidheidsklachten tijdelijk verergeren en ook kunnen mensen hierdoor lusteloos en geïrriteerd worden. Soms treedt tijdelijke impotentie op, en ook kan het medicijn aanleiding geven tot lichte vorm van haarverlies of eczeem. 
Deze bijwerkingen verdwijnen allemaal weer na het staken van de medicatie. Meer ernstige bijwerkingen zoals depressie, sterke onderdrukking van de aanmaak van bloedlichaampjes door het beenmerg, epilepsie, ritmestoornissen van het hart en schildklierafwijkingen komen gelukkig slechts zeer zelden voor. Gezien de aard van deze behandeling is begeleiding van een arts die gespecialiseerd is in leverziekten wel verstandig.  

Keuzemenu


Wanneer wordt besloten tot behandeling 

De behandeling heeft altijd tot doel dat de patiënt ervan opknapt. Bij iedere individuele patiënt moet daarom steeds de afweging worden gemaakt tussen enerzijds de mogelijke voordelen van de kuur en anderzijds de bijwerkingen en de kans op succes. Er moet dus ofwel sprake zijn van belangrijke klachten, bijvoorbeeld ernstige vermoeidheid, ofwel het risico van het ontstaan van een complicatie waardoor de levensverwachting wordt beïnvloed. Iemand die geen klachten heeft en waarbij de virusactiviteit nihil is en de infectie niet tot verlittekening van de lever leidt, behoeft dan ook volgens de huidige inzichten niet behandeld te worden. Anderzijds moet er, indien besloten wordt tot behandeling, ook wel een behoorlijke kans op succes zijn. 

Op hoge leeftijd of bij aanwezigheid van een ernstige verlittekening van de lever (cirrose) zijn de kansen op het doen verdwijnen van het virus erg klein. Op dit moment is de standaardbehandeling voor hepatitis C gedurende 1 één jaar α-interferon. Echter slechts 20 tot 25% van de patiënten geneest hiermee. Gelukkig staan de ontwikkelingen niet stil en wordt er in de ziekenhuizen waar levercentra aanwezig zijn hard gewerkt aan de verbetering van de huidige behandelingsmethoden. In de levercentra worden al vele patiënten behandeld met een combinatie van α-interferon injecties en ribavirine capsules. De eerste gegevens hierover zijn bemoedigend maar ook hiermee kan niet iedereen genezen. Ook is er onderzoek gaande in deze centra naar het nut van ontstekingsremmers zoals UDCA (ursodeoxycholzuur), glycyrrhizine en naar combinatie van interferon met andere antivirale middelen. Soms kan het verstandig zijn dat een patiënt naar zo’n centrum wordt door verwezen.

Keuzemenu