Lidy


L.P.ter Keurst
Alex Mesman
Joyce
Jan Bandsma
Corina Bredeweg
Peter Olthoff
Tineke de Wever
   Dieter Jahn   
Theo
  Sanne  
Lowie
Marian
Alie Heida 
Marcella
Bert
 Adri
Annemiek


 E-Mail uw verhaal
 
Hoofdmenu







MIJN VERHAAL OVER HEPATITS-C

 Ik ben Lidy Assen, getrouwd met Harry en moeder van twee dochters 13 en 11 jaar oud.

Ik werk parttime op een klinisch chemisch laboratorium in een ziekenhuis.

Sinds februari 1997 weet ik dat ik hepatitis C heb. Hoe lang ik het al heb is onduidelijk.

Januari 1997 moest een leerling leren prikken. Ik ben redelijk makkelijk te prikken,dus bood ik mezelf aan als proefpersoon. Dat afgenomen bloed gooi je niet zomaar weg en ik liet een aantal dingen bepalen. Cholesterol en Hb, Ht zijn leuk om te weten. Ach laat ik alles eens bepalen. Die dag waren mijn leverenzymen wat verhoogd. Na een week toch nog maar eens  opnieuw geprikt en bepaald. Ze waren niet gezakt, zoals gehoopt, maar verdubbeld.

Dan begin je ongerust te maken. De klinisch chemicus erbij gehaald, want wat moet je ermee. Ik was niet ziek, voelde me kerngezond, maar toch! De klinisch chemicus begon natuurlijk gelijk te zeggen dat dit het gevaar is van zelf bepalingen te doen van je eigen bloed.. Zie hier wat er van kan komen. Hij adviseerde mij naar mijn huisarts te gaan. De huisarts dacht gelijk aan hepatitis-A of -B . Hiervoor werd geprikt. Na vier dagen kwam de uitslag: beiden negatief. Wat heb ik dan? Door gestuurd naar de internist en voorlopig maar even niet werken. Boem. Daar zit je dan. Je voelt je niet ziek, maar tussen de oren begint er wat te vreten.

De internist vroeg gelijk een bepaling aan voor hepatitis C. Natuurlijk ook een echo van de gal en lever en verder bloed onderzoek. Weer een week wachten op de uitslagen. Toen de uitslag hepatitis C positief, maar misschien vals positief, dus vervolg onderzoek gewenst.

Weer een week wachten. In die week ga je zelf opzoek naar informatie over hepatitis C. De internist overlegde veel met de klinisch chemicus, waaruit al bleek dat hij er niet zo veel van wist. Mijn klinisch chemicus wilde mij eerst geen materiaal geven over hepatitis-C, want daar stonden toch wel vervelende bijverschijnselen in. Uiteindelijk, na wat aandringen van mijn kant, kreeg ik toch een artikel uit het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van januari. 1996 over hepatitis-C. Ook vroeg ik aan de klinisch. chemicus , wat doen ze eraan. Hij zei: “: Soms wordt er behandeld met Interferon (IFN).” Boem. Ik dacht dat mensen met de ziekte AIDS dat kregen. Zo ziek was ik toch niet????

Na drie weken van wachten de bevestiging. De internist stuurde mij door naar  het AZG in Groningen. Jammer dat de internist er niet voor durfde uit te komen dat hij er niet veel van wist. Het is toch geen schande dat je niet alles weet. Gelukkig mocht ik weer gewoon werken.

In maart 1997  ging ik naar het AZG naar Dr. van de Berg, een dokter die heel reëel is en er niet om heen draait. Iemand waar ik vertrouwen in heb.

Mijn waarden rezen inmiddels de pan uit, maar nog steeds was ik niet ziek. Daar viel natuurlijk de vraag,: hoe kom je er aan. Nooit een keer aan een vuile naald geprikt, wel aan een klein suikerprikkertje gekrast.  Vroeger was men ook nog niet zo zorgvuldig met de afname  en verwerking van bloed. Ik heb menig keer mijn handen onder het bloed gehad tijdens het prikken.  De kans is dus groot dat ik het op mijn werk heb opgelopen.  Dat ik er van af wil is zeker, maar hoe?

De leverscan wees  geen cirrose aan. Gelukkig!

In juni wist ik het een half jaar en stelde  de arts voor om aan een kuur te beginnen met Interferon (IFN).  Weer schrikken. Wil ik wel. Heb ik een keus?

In overleg met Dr. van de Berg ben ik eerst naar een Tibetaanse arts gegaan. Daar heb ik twee kuren en diëten gevolgd. Vijf maanden later waren de leverenzymen wel wat gezakt, maar ze stegen toch ook nog wel af en toe. Het virus is toch taaier dan we dachten.

Ondertussen bleef ik ook onder controle in het AZG. In november heb ik toch maar besloten om een kuur te gaan volgen met IFN. Al is de kans van slagen  maar 20%.

Dr. van de Berg kwam met een nieuwe combinatie therapie. Interferon samen met Ribavirine. Deze therapie werd al op enkele plaatsen in de Benelux in trial vorm gedaan. De slagings kansen werden verdubbeld naar 40%, maar ook meer bijwerkingen!

In december werd er een leverbiopt gemaakt. Begin januari 1998  kwam de uitslag. Mijn  leverenzym waarden waren nog nooit zo laag. Zou het virus dan toch nog weg zijn? Nee dus, dat bleek uit het biopt. Geen cirrose in de lever , maar wel ontstekingshaarden van de hepatitis-C. Dus besloten we; we gaan ervoor.

Ik heb goedkeuring  aangevraagd bij het ziekenfonds voor een Interferon (IFN) behandeling,.   Er werd IFN en Ribavirine bij de apotheek besteld met de goedkeuring van het ziekenfonds.

15 Januari 1998. We hebben alles in huis, medicijnen, spuiten, naalden etc. Een verpleegkundige leert hoe je moet spuiten. Gek hoor altijd prik je bloed bij andere mensen, nu moet je jezelf spuiten. Enkele uren na het spuiten van IFN krijg ik spierpijnen koorts etc. alles wat je bij griep ook hebt . De volgende dag gaat het redelijk. Dus ga ik gewoon naar mijn werk.

Het ging  twee weken goed. Alles kon ik draaiende houden. Toen was het over, MOE  MOE en nog eens MOE. Stoppen met werken in het ziekenhuis en het huishouden alles. Alleen nog zitten en liggen op de bank. Slapen ging( en gaat nog) ook heel slecht . Het is net of ik elke dag onrust in mijn lichaam spuit.

Gelukkig heb ik een grote lieve familie, die mij en mijn gezin kwamen helpen, zodat ik ook bijna niets hoefde te doen. Twee tot vier weken moet je lichaam er aan wennen, maar dat is bij iedereen weer verschillend.

Dat de medicijnen kuur zwaar zou zijn hadden ze me wel verteld, maar dat je zo uitgeteld kunt zijn , wist ik gelukkig van te voren niet. Ik belde af en toe met het Hepatitis Informatie Centrum of met de Leverstichting. Want  tegen wie moet je anders je verhaal kwijt. Er was verder niemand die ik kende die ook deze ziekte had. Zij geven je wat tips, zodat je  denkt kom op volhouden.

Ook liet ik me af en toe masseren. Vooral mijn schouders, nek en rug deden veel pijn. Na die massage was alles weer een beetje los. Een ander krijgt fysiotherapie. Ik heb gelukkig een vriend die goed kan masseren en waar ik altijd  een beroep op kon doen.

Na drie maanden  elke dag te hebben gespoten (5 milj.E IFN), wordt de virus titer opnieuw bepaald. Het  virus moet dan niet meer aantoonbaar zijn, dan is de kuur aangeslagen. Maandag 6 april werd  bij mij  bloed geprikt. Twee hele spannende dagen volgden. Hoor ik bij de gelukkigen, of zal het niet aanslaan. Als het niet weg is,  moest ik stoppen. Dan maar hopen dat ze nog iets nieuws uitvinden of dat ik tot de groep behoor, die er nooit ziek van wordt. Dus geen cirrose of levercarcinoom.

Woensdag 8 april belde Dr. van de Berg mij zelf met de uitslag.  Het virus is niet meer aan toonbaar in het bloed.  Yes Yes Yes Het slaat dus aan. De leverenzymen zijn ook  weer normaal. Fijn dat  de arts belde. Blijk van mede leven. Hij vond het zelf zeker ook spannend.

Daarna mocht ik drie maal in de week 5mlj.E IFN spuiten.  Wel elke dag  nog de 1000mg Ribavirine. Je hoopt dan  dat je gelijk ook beter gaat voelen. Het gaat ook wel beter, maar toch kom ik mezelf nog heel vaak tegen. Thuis gaat het redelijk, maar voor de grote klussen komen nog steeds mijn zussen. Werken op het laboratorium zit er nog even niet in. Ik wil te snel. Regelmatig laat ik nog mijn bovenlichaam los masseren.  Al met al zet het je leven aardig op de kop. Nog negen maanden dan zit het er op. Hopen dat het dan weg blijft.

Nu zeggen veel mensen, als je het niet geweten had, had je ook niets hoeven doen. Nee misschien hebben ze gelijk Maar ik weet het wel en ik wil over jaren niet moeten zeggen: Jammer had ik er toen maar wat aan gedaan. Veel mensen vragen: Wat heb je dan? Je ziet er niet ziek uit. Dat is het gevaarlijke van dit virus. Het kan een ontwakende reus worden.

Ik heb gelukkig niet mee gemaakt dat mensen bang van mij werden, misschien komt dat  omdat ik vanaf het begin heel open en eerlijk tegen iedereen ben geweest. Uitleggen hoe ik iemand kan besmetten. Bloed, bloed contact, via  mijn tandenborstels etc.

De avond en nacht/dag na het spuiten blijft moeilijk. Veel hoofdpijn en rugpijn, weinig energie en onrustig slapen. Als ik spuit terwijl ik al erg moe  ben dan zijn de bijwerkingen ook sterker.

Half mei ben ik weer therapeutisch gaan werken op mijn beste dagen. Dinsdag en donderdagmorgen twee uurtjes. Ik ben minstens zo moe van het heen en weer  fietsen als van het werken. Thuis gekomen is de energie op.’s Avonds eten koken lukt nog net. Dan maar weer op tijd naar bed en hopen dat ik kan slapen. Soms heb ik een fijne nachtrust, maar meestal is het slapeloosheid of onrustig slapen.

Begin juni krijg ik weer een terugslag. Alles is weer te veel. Er hoefde maar dit te gebeuren of ik huilde. Vooral doordat het mij niet snel genoeg ging. Ik wil te veel. Iedereen kan dan wel zeggen leg je er bij neer en doe dan ook niets, maar als ik mij een dag beter voel doe ik weer te veel . Je vraagt wat minder aan de anderen, want je kunt het zelf wel weer. De beroemde valkuil weer.

Dr. van de Berg had het  bij de controle gelijk door, al voordat ik wat had gezegd. Het was dus ook niet meer  zullen we misschien gaan minderen met de IFN of gaat het nog. Nee we gaan minderen. Drie maal in de week 3mlj.E IFN. Het was ook voor het eerst dat ik dacht: Ik stop, ik doe het niet meer. Nu ik minder ga spuiten zal het wel beter gaan. Ik kreeg nu ook een pen om mee te spuiten. Dat is veel makkelijker, kleinere naaldjes prima. De bijwerkingen werden zeker niet minder, maar dat komt vast nog wel. Het haar valt nog steeds uit , maar  dat lijkt minder te worden

28 Juni ben ik jarig. Wel vieren of niet.” Wij helpen wel”, zeiden de kinderen en mijn man. Op zondag dus iedereen kwam. Veel mensen, heel gezellig. Wel heel moe ‘savonds. Toch deed het heel goed! Blij dat we het gevierd hebben. Dan maar een paar dagen wat minder energie.

Opnieuw weer naar het werk twee uurtjes. Echt plezier heb ik er nog niet, want wat doe je daar voor je gevoel weinig en toch ben je weer moe. Wat wil ik eigenlijk. Thuis moet het een beetje lopen en ik wil dolgraag weer  werken, want dat vond ik altijd  zo leuk. Dus alle andere dingen maar even niet. Geen hockeycoördinator meer, geen school activiteiten meer. Niets meer alleen thuis zijn en werken op het lab voor zover mogelijk.

In juli gaan we op vakantie naar Frankrijk. Voordat alles ingepakt is, ben ik al doodmoe. Niet zeuren je kunt straks twee en een halve week niets doen. De eerste week ben ik niet van de camping afgeweest. Lekker genieten, eindelijk zon, veel lezen en wat afkoelen in de rivier. In de laatste week een bergwandeling  gemaakt van maar liefst drie uur. Heerlijk dat gaat goed. Thuis gekomen vol energie. We kunnen er weer tegen.  De kinderen zijn in Frankrijk jarig geweest, dus wordt het  nog een keer gevierd. Alle vakantie spullen worden  weer opgeruimd. En jawel na een week is alle energie weer op.Moe, moe en nog eens moe. bah! Weer die valkuil, wanneer leer ik het nou eens. Voor het eerst in mijn leven  ben ik blij dat de kinderen weer naar school gaan. Rust!

Ik leef zo langzamerhand op Ibuprofen, dan kan ik wat meer. Het helpt zelfs om beter te kunnen inslapen. Toch word ik wat depressief. Ik begin te malen over dingen waarmee ik helemaal niet  bezig wil zijn. Ik ben weer labiel, gewoon waardeloos. Ik wil zo graag ook weer met andere mensen bezig zijn. Er naar toe gaan, maar dat kan dus niet. Ik moet bij mezelf blijven, meer kan niet. Alles zit weer vast en doet zeer. Weer een opgezette lymfeklier in de nek. Na een week ben ik weer helemaal thuis. Niets doen alleen  licht huishoudelijk werk en koken, dan gaat het weer. Altijd weer die strijd  met mijzelf. Zo min mogelijk neem ik nu  Ibuprofen, zodat ik ook ga liggen als ik me moe voel.

Dan komt ook de WAO  in beeld., die voel ik behoorlijk op mijn nek zitten.” Niet doen”, zeggen sommige mensen “komt allemaal wel goed”. Anderen zeggen juist: “Pas op, kijk uit, zorg dat je weer aan het werk komt”. Ik wil niet  in de WAO, maar ik  zal wel moeten.

Oktober, nog drie en een halve maand te gaan. Ik tel de spuiten af. Het gaat beter. Ik werk steeds meer. Half oktober meld ik me voor vier uur per dag beter Yes. Vanaf september heb ik regelmatig contact met Tineke de Wever. Zij heeft ook HepC en wordt behandeld met IFN en Ribavirine. Eindelijk iemand die snapt wat je doormaakt. Dat doet goed. Ervaringen uitwisselen is heel belangrijk geworden voor mij. Dat heb ik in het begin zo gemist. Het simpele “ Heb jij ook zo’n kriebel aan je neus” doet al goed.

Eind oktober heb ik een gesprek met de verzekeringsarts voor de WAO. Het gesprek was niet vervelend. Alleen vond de arts, dat als ik 4 uur per dag kon werken ( Ik werk 5 dagen van 4 uur in de twee weken), ik ook alle dagen kon gaan werken . Wees eerlijk zei hij, je bent verzekerd voor je werk in het ziekenhuis en niet voor wat je thuis ook nog eens moet doen. Natuurlijk heeft hij daarin gelijk, maar zo werkt het niet. Dus zei ik “ Dat zal mij twee misschien wel drie weken lukken en dan zie je mij niet meer op mijn werk.” Veel wist de arts niet over HepC, dus moet je weer voor jezelf opkomen.

Na vijf weken  de uitslag ophalen bij een “arbeidsdeskundige”. De naam zegt het al. Hij weet alles over arbeid, maar toen ik vroeg wat hij over HepC wist zei hij: “ Het is toch niet besmettelijk!!” Dan weet je genoeg. Hij weet niets. De arts had geadviseerd om weer alle dagen 4 uur te gaan werken, zodat ik weer volledig werkte. Ik was het daar niet mee eens. Ik heb uiteindelijk gekregen wat ik graag wilde. Zo door gaan en de uren per dag steeds uitbreiden. Weer moet je voor jezelf en de ziekte knokken. Veel te weinig mensen weten wat het is.

In december werk ik alweer 5 uur op een dag. Het gaat dagen goed, maar ook veel dagen waar ik me door heen sleep. Als alles normaal gaat is het goed, maar elke aparte gebeurtenis kost veel energie. Thuis wordt alles er niet vrolijker op, doordat ik eigenlijk  weer teveel doe word ik weer te moe en chagrijnig. Voor de buitenwacht lijkt het steeds beter te gaan, maar thuis weten ze wel beter. Ze kunnen niet veel goed doen. Harry moet veel werken voor de kerstdrukte. Ik heb hem zonodig, maar ja dat kan even niet. Als hij er op zondag wel is, brom ik alleen maar op hem.  Dat is vervelend maar komt wel weer goed.

Het aftellen van de spuiten gaat door. Daar was ik begin december almee begonnen. Na de kerst nog zes keer spuiten en dan zit het erop. Yes Yes. Alles zal dan vanzelf weer beter worden, al zal ik mezelf nog steeds moeten afremmen. De feestdagen zijn gezellig, niet te veel drukte. Lekker twee dagen bij mijn zussen gegeten en een dag vrienden hier thuis gehad. Oud en nieuw thuis  gebleven.

Het gaat redelijk goed met mij. Het normale ritme komt weer terug.

10 januari ’99 ‘s morgens vroeg, de laatste injectie met IFN gegeven. Joepie! ‘s Avonds met z’n vieren uiteten. Heerlijk, het zit erop en ik heb het vol gehouden. De eerste week zonder is vreemd. Ben ik er werkelijk af? Gaat het beter? Ja, als ik me maar rustig hou. Ik ben weer naar de stoffenmarkt geweest. Gek daar had ik een jaar lang niet gelopen. 's Avonds kan ik weer niet slapen. Lidy daar ga je weer, doe nou niet teveel. Marieke toch maar verteld, dat de broek die ik voor haar zal maken, nog even op zich laat wachten.

Er breek een stuk van mijn kies af. Later gaat de vulling er ook uit. Weer naar de tandarts, die heeft mij veel gezien in dit afgelopen jaar. De verminderde speeksel productie  zal er wel de oorzaak van zijn dat de tanden veel te lijden hadden. Wortelpuntontsteking van een kies, een kanaalbehandeling van een voortand en nu op nieuw een kies. Gelukkig heb ik deze keer geen pijn. De kies wordt een “prachtige” kroon.

18 Januari  naar  het AZG naar Dr. v.DDT. Berg. Er wordt opnieuw bloed geprikt. Donderdag komt de uitslag. Alles is goed. HB gehalte is al weer aardig gestegen. De BKR uitslag is er nog niet. Nog een paar dagen geduld. De uitslag is nog steeds negatief.

Jikke, onze jongste dochter, heeft zich ook laten prikken voor Hep C. Ze is gelukkig negatief. Ik heb haar niet besmet. De oudste wil nog niet. Komt later wel.

Na twee weken zonder IFN en Ribavirine merk je het verschil. Ik kan weer lekker slapen, niet zo’n droge mond meer, geen spierpijnen. Alleen de schouder zeurt nog. Ook dat zal wel over gaan.

Wel krijg ik weer hoofdpijn, teveel gedaan!

25 Januari gaat de WAO  bij mij van start. Ik werk zes uur per dag. De rest is dus WAO. Hopelijk ben ik daar gauw weer uit. Als het zo door gaat moet  dat snel lukken.

Begin maart werk ik weer volledig en ben ik weer uit de WAO. Yes! Dat is toch wel snel gegaan. Ook ga ik weer onregelmatige diensten draaien. Ik moet wel oppassen dat ik weer niet teveel ga plannen, want dat benauwt wel erg. Ook daar zal ik op den duur wel weer een middenweg in vinden.

Mijn stelling is nu “ Het virus is weg en blijft weg”. Punt uit!!!  

Het verhaal hierboven speelde zich af  grotendeels in 1998 en 1999.

Hoe verging het mij verder?

Juli 1999 werd er opnieuw een HCV RNA ( PCR) bepaald . Deze bleek nog steeds niet aantoonbaar. Zoals ik al dacht het virus is weg en blijft weg.Tijdens het jaar van de kuur heb ik vaak gedacht als ik een sigaret op stak ( “mijn grote vriend tijdens de kuur” zei mijn schoonzus vaak). “Nu ben ik zo hard bezig om mijn lever gezond te krijgen en ondertussen rook ik mijn longen kapot.” Dus na de kuur was dat één van de dingen die ik moest proberen te veranderen. In juni 1999 werd ik 40 jaar oud. Een mooie leeftijd om verstandig te worden en te stoppen met roken. Zo gezegd zo gedaan. Gestopt op 28 juni en volgehouden. Wel 18 kilo zwaarder, maar ja je kunt niet alles mee hebben.

Nu moet mijn conditie weer top worden. Iedereen die stopt met roken merkt het al na een paar weken. Nou ik niet!  Nog steeds als ik naar de zolder liep om de was op te hangen was ik geheel buiten adem. Een hockeywedstrijd uit spelen bleef heel moeilijk. Vaak had ik last van mijn handen. De vingers worden helemaal wit, blauw en of paars. Dit is het fenomeen van Raynaud. Krijg je als je rookt!!!!! Maar dat deed ik niet meer, maar het werd niet minder. Het was tijdens de kuur ook veel erger geworden en niet verbeterd na het stoppen van de kuur. Op mij werk had ik er veel last van . Elke keer weer de handen opwarmen onder de warme kraan. Anders heb je zo weinig gevoel in de vingers.  Mijn energie liet ook veel te wensen over.

  In april 2000 heeft Dr. Van de Berg me door gestuurd naar een immunoloog. Misschien is er toch nog wat anders aan de hand.  Mijn leverwaarden waren goed, maar ik had wel autoantistoffen tegen mitochondrien in mijn bloed. Nog steeds, want die had ik ook voor de kuur al.(AMA) Deze AMA’s zie je  ook vaak positief  bij mensen die een Primaire Bilaire Cirrose (PBC) hebben. Daar zat ik niet echt op te wachten. In juni 2000 naar Dr. Kallenberg. Het fenomeen van Raynaud kan ook een  gevolg  van iets anders zijn. Heb je last van zuurbranden? Ja maar niet zoveel. Even een slokdarm onderzoek. Afwijkend! Onderste deel werkt niet goed meer. Kort ademig? Ja vooral bij traplopen en hard lopen. Gevolg longdiffusie onderzoek.  De doorlaatbaarheid van zuurstof is wat verminderd in de longen. Ook een nagelriem onderzoek , om te kijken naar de haarvaten in de vingers. Deze waren behoorlijk afwijkend. Duidelijk Raynaud!!

In augustus vertelde Dr. Kallenberg ( ik voelde het al aankomen. Al veel op internet op gezocht en bij….. uitgekomen) dat dit alles toch veel op sclerodermie leek. Dit is een chronisch bindweefselziekte. Het kan je huid en of je organen verharden. Het verhard bij mij dus de organen. Nee hè, heb ik zo mijn best gedaan om gezond te worden en nu word ik het nooit meer!!!!!!!!!!!!! Dit was een vreselijke domper.
Tijdens mijn zoektocht op het internet had ik al gelezen dat als sclerodermie de lever aantast dit dan PBC geeft. Toen vielen voor mij de puzzelstukjes in elkaar, want daar had ik de antistoffen al voorin mijn bloed.

Dr. van de Berg heeft  aardig  zijn best gedaan om dit uit mijn hoofd te praten en door extra onderzoek te doen naar de AMA’s. Hij zal het goed in de gaten houden.
Al met al een moeilijke tijd waarin ik vaak moe was zowel lichamelijk als geestelijk.
In december opnieuw een longfunctietest. Deze was gelukkig gelijk aan die van juli. Het gaat dus niet verder??? Of althans niet hard!!!
Langzaam  begin ik te geloven dat de INF de grote boosdoener is in dit geheel. Dit wordt door de immunoloog ontkend. Sclerodermie had ik vast altijd al onder de leden, maar is door de INF versterkt. Nu ik de INF niet meer gebruik wordt het ook niet meer erger.

Tijdens de koude maanden heb ik Adalat oros 30 mg gebruikt. Dit om mijn handen beter te laten doorbloeden ( vaatverwijder). Het helpt wel wat , maar het gaat er niet van weg. Voor het maagzuur gebruik ik af en toe een poosje  losec. De vermoeidheid blijft, maar is beter te hanteren. Ik heb het beter onder controle. Weet nu  op tijd nee te zeggen en rust te nemen. Natuurlijk ga ik nog wel eens in de fout, maar ja dat krijg je met zo’n bezig bijtje als ik was.

Nu augustus 2001 blijf ik nog steeds naar die grenzen zoeken en dat voelt goed. De leverwaarden blijven normaal.  Ik blijf onder controle bij zowel Dr. van de Berg en Dr. Kallenberg.

Al met al moet ik hier prima mee kunnen leven en daar ga ik voor!

Het verhaal hierboven speelde zich af  grotendeels in 1998 en 1999.

Vervolg van mijn verhaal:

 April 2002-04-12

Het gaat heel goed. Ik ben weer de oude voor mijn gevoel. Natuurlijk functioneren mijn  longen en mijn slokdarm niet zoals normaal, maar ik kan er goed mee leven. Mijn handen hebben veel minder last van de Raynaud. Bovenal de vermoeidheid is weg.  Ik ga zelf deze zomer proberen om 66% te gaan werken.
Als dat goed gaat blijf ik dat doen.
Bij Dr. Kallenberg hoef ik niet weer te komen. Gelukkig, want daar moet je je altijd zolang wachten voordat je aan de beurt bent Dus alleen nog eens per jaar naar Dr. Van de Berg.

Prima af en toe controle.